|










| |

Duivengrabbelton, de website over
rasduiven.
http://www.kippengrabbelton.be/sierduivengrabbelton.htm
De Belgische hoogvlieger behoort tot de groep ‘hoogvliegers en
tuimelaars’, een der oudste duivengroepen die we kennen. Deze duif, die reeds
zeer lang tijden in onze streken gefokt wordt, bezit de eigenaardigheid, zoals
haar naam aanduidt, zich hoog in de lucht te verheffen waar zij lange tijd
blijft zweven. Of de huidige hoogvliegers deze eigenschap nog kunnen tentoon
spreiden valt sterk te betwijfelen. Deze hoogvlieger is sterk verwant met de
Nederlandse Hagenaar en de Engelse Cumulet.
De Belgische hoogvlieger is een middelgrote witte duif, eerder lang met een iets
opgerichte houding. De kop is langwerpig en lichtjes afgeplat met een
wit-roosachtige, lange, dunne en fijne snavel. De neuswratten zijn klein, fijn
en glad van weefsel. De ogen zijn porselein wit en hebben een witte oogrand. De
keel is goed afgerond en uitgesneden en de borst is lang, diep en niet
vooruitstekend. De vleugels zijn lang en aan het lichaam gesloten.
De staart is tamelijk lang. De loopbenen van de Belgische hoogvlieger zijn rood,
fijn en glad en de nagels zijn wit-roosachtig.
Het gevederte is gewoonlijk wit en de 'primitieve' kleur is toegelaten in de
wedstrijdfokkerij: wit gevederte met rode vlekken in de hals die soms, onderaan
de bek, een halve maan vormen.
Wat zeker niet mag is rood in het oog, een andere snavelkleur dan zuiver wit en
een oogrand die anders is dan wit
De Belgische hoogvlieger heeft als Europese standaard het nr. 878 en wordt
geringd met ringmaat B (= 8 mm)
|