|










| |

Duivengrabbelton, de website over
rasduiven.
http://www.kippengrabbelton.be/sierduivengrabbelton.htm
De Carneau behoort tot de de vormduiven. Ze is een uitmuntende vleesduif,
afkomstig uit de Belgisch-Franse grensstreek rond Doornik, Kortrijk en Rijsel.
Ze is iets groter dan de middelgrote rassen. Ze heeft een brede goed afgeronde
borst, is gedrongen en betrekkelijk laag gesteld.
Als raskenmerken heeft Carneau een tamelijk sterke kop met een licht
vooruitstelend voorhoofd. De snavel heeft een normale lengte, eerder dun dan dik
en is wit roosachtig. De neuswratten zijn eerder klein, fijn van weefsel met een
krijtachtige kleur. De ogen zijn goed rond met een zwart kijkgat. Het
regenboogvlies is oranje-geel en de oogrand is fijn van weefsel met een
wit-geelachtige kleur. De hals is kegelvormig, tamelijk dik en breed aan de
basis met een tamelijk fijne overgang naar de kop.
De Carneau heeft sterke en brede schouders die versmelten in de pluimen van de
borst. Deze is zeer ontwikkeld, breed en diep. De rug is breed en vol, licht
afgerond. De vleugels worden aan ‘t lichaam gesloten gedragen, zijn sterk en
betrekkelijk kort. De staart is redelijk kort en wordt evenwijdig met de grond
gedragen. Hij is smal, gesloten en de stuit is overvloedig bedekt. De sterke
dijen zijn tamelijk kort, goed van elkaar verwijderd en hebben een loodrechte
stand. De loopbenen zijn sterk, glad en karmijnrood. Van voren gezien moeten ze
goed van elkaar verwijderd, gelijklopend en recht zijn. De tenen zijn recht en
sterk, karmijnrood, goed van elkaar verwijderd en goed op de grond rustend. De
nagels hebben de kleur van de bek.
De Carneau weegt ongeveer 650 g voor duiver en 600 g voor de duivin.
Dit duivenras heeft als hoofdkleur eenkleurig bruinrood (onvermengde en diepe
kleur). Ze komt echter ook voor in andere kleurslagen: rood met witte stuit,
rood met witte schoudervlekken, rood met witte schoudervlekken en witte stuit,
wit, geel met witte stuit, geel met witte schoudervlekken, geel met witte
schoudervlekken en witte stuit en eenkleurig geel.
Een donkere vlek of vlekken op de bek zijn absoluut te vermijden evenals een
doffe of een loodkleur. Zwarte nagels zijn ook uit den boze net als witte
pluimen (uitgezonderd bij de variëteiten met witte stuit en witte
schoudervlekken) en rode oogranden. Nog te vermijden is een blauwachtige stuit,
pluimen aan het loopbeen en een keelwam.
De Carneau heeft als Europese standaard nr. 7 en wordt geringd met ringmaat C (9
mm)
|