Gentse kropper

Home
Duiven
Hoenders
Konijnen
Krielen
Park- en watervogels
Neerhofnieuws
Recepten
Nuttige links
Contact

 

Duivengrabbelton, de website over rasduiven.
http://www.kippengrabbelton.be/sierduivengrabbelton.htm

 

Oorsprong - Geschiedenis

Is een zeer oud Vlaams ras dat volgens bepaalde bronnen reeds omstreeks 1400 in onze streken voorkwam. Dit blijkt uit schilderijen vanaf de 14e eeuw en later van Nederlandse en Vlaamse schilders waarop grote kropduiven met voetbevedering voorkomen. Spruyt noemt met name de schilder A. van Utrecht met een doek van 1652 waar een koppel zwarte Dominicanen op voorkomen
Ook de geleerde Aldrovandi noemt in zijn aantekeningen van 1599 de grote kroppers die in de Lage Landen voorkwamen.
Of er in die tijd veel verschil in type voorkwam, waag ik te betwijfelen.
Zij waren groot, met voetbevedering en een grote krop.
Alleen de zo bekende Dominicaantekening kwam waarschijnlijk alleen in Vlaanderen voor, de Hollandse kropper kent deze tekening niet.
Schieten wij door naar 1888 en 1890 zien wij twee naar het leven getekende tekeningen van L. van de Snickt.
Eén koppel zwarte kroppers en één koppel zwart Dominicaan met een perfecte tekening, veel blaaswerk, een klein voetstuk maar met een strakke vlakke rug.
Van een holle ruglijn was toen nog geen sprake
Ook andere afbeeldingen van rond 1900 laten dieren zien met een vlakke ruglijn.
In 1909 werd in Gent de eertse speciaalclub opgericht en waarschijnlijk is er vanaf die tijd meer op het Gentse type geselecteerd.
Tekeningen van na de eerste wereldoorlog, er waren nog maar enkele dieren overgebleven, van de bekende dierenschilder R. Delin laten zien welke kant men uit wilde. De belangen van de Gentse Kropper werden steeds door speciaalclubs behartigd. Een eerste speciaalclub werd opgericht in 1911 en droeg de naam "Gentse Slagersclub". Na de eerste wereldoorlog en wel op 4 december 1922 werd deze speciaalclub herdoopt in "Kroppersclub Gent" welke op dit ogenblik nog steeds een zeer actieve vereniging is. Tijdens de laatste wereldoorlog kreeg onze Gentse Kroppersbestand zware klappen. Gelukkig hebben bepaalde liefhebbers met veel moeite enkele van hun beste dieren weten te behouden en met inbreng van Hollandse Kroppers op betrekkelijk korte tijd de Gentse Kropper weer tot volle glorie weten te brengen. De grote doorbraak kwam in 1940, toen door de Kroppersclub Gent een officiële standaard opgesteld waarin tekeningen zijn opgenomen van F. Matthijs die duidelijk het verschil aangeven tussen de Gentse en Hollandse kropper.
Maar ook na de tweede wereldoorlog waren bijna alle Gentse kroppers, evenals de Hollandse kroppers verdwenen.
Dat deze rassen, in goed 50 jaar weer zo zijn terug gefokt is eigenlijk een wonder.
Aan ons de plicht deze rassen te behouden.
Maar wat is nu het verschil tussen deze grote kroppers.
Voor de goede orde moeten wij er nu ook de Pommerse kropper bij halen als derde grote kropper.
De Hollandse kropper, met zijn diepe massieve bouw en zijn vlakke rug kunnen wij zien als een rustige doordouwer, de Pommers kropper, echt Duits, hoeven wij maar even aan te spreken en hij staat stram en stijf opgericht in de houding.
De Gentse echter, komt gemoedelijker over, is korter en gedrongen en breed met een mooie doorlopende holle ruglijn met een diepe stelling en toch een opgerichte houding en een ronde naar voren geblazen ballon.
Kortom een gedrongen forse duif met veel rondingen die ergens aan de vrouwen doet denken zoals Rubens die graag schilderde.
Rubens was tenslotte een Vlaming.
 

Algemeen voorkomen:

Zo groot en zwaar mogelijk, ook wel massief genoemd, breed en
gedrongen type met een horizontale houding en sterk bevederde loopbenen.

Raskenmerken:

Het Type is het belangrijkste

Hiermee zijn we meteen aan de vraag toe, wat is nu het belangrijkste bij de Gentse kropper.
Zoals bij alle kroppers komt natuurlijk eerst het type, maar het type van de Gent kan niet los gezien worden van het formaat of volume van het lichaam.
Het juiste type krijg je alleen maar met voldoende body.
Het lichaam moet dus kort zijn, met een diep gestelde brede borst, zeer breed in de schouders en met een horizontale stand en een vlakke horizontaal gedragen staart.
De ballon mag geen insnoering tonen is rond en wordt iets schuin naar voren en naar boven geblazen zonder weer in de hals te blazen.
De hals is sterk opgericht maar weer niet te recht en dus zonder in de hals te blazen.
Door deze houding onstaat een halslijn die vloeiend in de holle ruglijn overgaat.
Storend is een te rechte halslijn met vlakke rug waardoor de hals en rug een knik vertonen;
Om het gedrongen type te krijgen, mag vreemd genoeg voor een kropper de hals niet te lang zijn, maar moet wel lang genoeg zijn om zijn ballon te beheersen.
De benen zijn middellang, iets door geknikt, zeker niet stijf rechtop met een volle waaiervormige voetbevedering.
Het zal duidelijk zijn om het juiste type te verkrijgen van een horizontaal gedragen lichaam met een diepe borst en een opgerichte houding met een doorlopende hals en holle ruglijn misschien wel een extreem zwaar lichaam noodzakelijk is vooral in rug en schouderbreedte.
De Gentse kropper komt voor als "eenkleurig of roek" in alle erkende bekende kleurslagen als bont of witlap" ook in alle erkende kleurslagen waarbij net als bij de Hollandse kropper geen vleugelrozet is toegestaan.
De "donker en licht getijgerden" zijn zeldzaam maar wel erkend.
Een hele aparte is de "Verhemelstaart", oorspronkelijk alleen in blauw met een gemêleerde blauwe staart en kopplaat, de rest wit.
Maar deze variëteit is zo goed als uitgestorven al wordt er wel geprobeerd hem terug te fokken.
De bekendste is natuurlijk de "DOMINICAAN of Preekheer" die bebaseerd is op de dracht van de paters Dominicanen.
Deze tekening is al eeuwen oud en wijkt erg sterk af van de ekstertekening van b.v. de Duitse Eksterkroppers, vandaar dat de fokkers erg veel belang hechten aan het handhaven van deze benaming.
Een goed voorgebracht dier in showconditie is op elke show een trekpleister en komt vaak in aanmerking voor b.v. een erecertificaat.
De oorspronkelijke kleur van de Dominicaan is natuurlijk zwart.
Later zijn daar blauw, rood, geel en dun bijgekomen, in de tijd van Spruijt hadden de rode en gele nog bijna witte staarten, waarschijnlijk dominant rood, maar nu zijn alle dun en zilverkleuren ook erkend maar komen weinig voor.
Het is niet de bedoeling hier de hele standaard te bespreken, de N.B.S heeft een goede standaard, de speciaalclub verstrekt een standaard en in België wordt er gewerkt aan een vernieuwde standaard.
Het zal duidelijk zijn dat er bij de keuring het accent moet komen te liggen bij het type in combinatie met het formaat.

De grootste fouten worden gemaakt bij de Dominicaantekening, ziet men een kropper met een Dominicaantekening is dat gelijk aan een Gentse kropper.
Een tip is om dit dier in gedachten te zien als eenkleurig, soms zit er dan alleen nog maar een kropper met voetbevedering, vaak te klein en te smal en met een type wat nergens op lijkt.
Pas als het dier het juiste type laat zien gaat de tekening en kleur belangrijk worden.

Een ander punt de kleur van de oograndjes, zij moeten bleek zijn, iedereen die niet kleurenblind is kan dit zien, maar over iets vleeskleurig moet men niet vallen.
In vergelijking met het type is het van weinig betekenis.
Ook een krom borstbeen is een moeilijk punt.
Is een borstbeen echt zo krom als een hoepel, dat is dan een uitsluitingsfout, maar juist bij de zware dieren, waar men soms drie keer moet voelen of die nu wel of niet krom is, moet men iets soepeler zijn.
 

Voetbevedering

Een echt groot probleem is de voetbevedering goed te houden.
Immers de Gent is nu niet bepaald een dooie diender, van jongsafaan altijd volop in beweging, vooral de doffers zijn kampioen voetbevedering slopen.
Gelukkig wordt daar over het algemeen op tentoonstellingen wel rekening mee gehouden.

Fok
De Gentse kropper staat er om bekend goed te broeden en goed de jongen groot te brengen.
Over het algemeen klopt dit wel maar juist de waardevolle zware dieren broeden vaak te goed en slopen dan vooral vaak vlak voor het uitkomen de eieren.
Het is daarom best enkele koppels voedsterduiven aan te houden.
Er moeten hoognodig enige nieuwe fokkers bijkomen maar gezien de tendens van kleinere tuinen en kleinere hokken, als er een hok gebouwd mag worden, wordt het fokken van grote rassen een probleem. Hele kleine rasjes zijn tegenwoordig in.
Daarbij is het moeilijk fokkers aan goed materiaal te helpen, bijna niemand wil nog een paar jaar voor uit trekken om zelf een goede stam op te bouwen.

 

Kop: zwaar en rond zonder evenwel plomp te zijn, het voorhoofd tamelijk verheven.
Snavel: middelgroot; bij wit, Preekheer en Verhemelstaart is hij wit, verder hoornkleurig tot zwart volgens de kleurslag.
Neuswratten: eerder klein, hartvormig en wit bepoederd.
Ogen: donker (vitsoog) bij de Preekheren, éénkleurig wit en de Verhemelstaarten. Oranje-rood bij de andere kleurslagen.
Oogrand: fijn van weefsel en regelmatig rond. Kleur van wit tot grijs volgens de kleurslag.
Hals: middellang.
Ballon: kogelrond en geleidelijk een geheel vormend met de borst, zo groot mogelijk zonder evenwel aan de houding van de vogel te schaden.
Schouders: zo breed mogelijk.
Borst: zo breed mogelijk.
Vleugels: goed aan het lichaam sluitend en op de staart rustend, de uiteinden op 2 cm van het staarteinde.
Staart: kort, de hoeken afgerond. Bevat 12 pennen die goed op elkaar sluiten.
Dijen: goed voorzien van gierhakken, een éénheid vormend met de voetbevedering zonder openingen te vertonen.
Poten: middellang, zo sterk mogelijk bepluimd en met waaiervormige voetbevedering.
Tenen: sterk en overvloedig bedekt met stijve veren die ze helemaal verbergen; van de middenteen tot aan de nagel toe bevederd.
Nagels: wit bij de kleurslagen; wit, Preekheer, slab en Verhemelstaart. Donker of zwart bij de andere volgens de kleurslag.
Houding: wanneer de duif zich in rusthouding bevindt neemt zij een bijna horizontale houding aan, d.w.z. dat de staart zich op dezelfde lijn als de borst bevindt. Wanneer de duif sterk blaast mag de staart nooit de grond raken.

horizontal rule

Kleurslagen (variëteiten):

Preekheren (Dominicanen)
Met slab (Witlap)
Eenkleurigen (Roek)
Verhemelstaart
Getijgerd

horizontal rule

 

 

dominicaan PREEKHEREN (DOMINICANEN)

De kop, een deel van de hals en de keel zijn zuiver wit, goed afgetekend door een lijn die doorloopt tot op 3 cm van de kopinplanting op de hals en tot op 4 cm van de ogen. Deze lijn daalt tot in het midden van de krop en vormt alzo een volle witte cirkel. De vleugels, de stuit en het onderlijf, de gierhakken en de voetbevedering zijn eveneens wit, alsmede de onderstaart welke visstaart wordt genoemd en zich driehoekvormig vertoont. Het gekleurde deel van de hals en de schouders dekt de rug in zadelvorm en versmelt met de kleur van de borst; deze kleur daalt tot op de hoogte van de boog der beide vleugels met een middenbreedte van 5 tot 10 cm, goed afgescheiden van het wit van het onderlijf. De twaalf staartpennen zijn ook gekleurd.

Raskenmerken:

Ogen: donker (vitsoog)
Oogrand: wit
Snavel en nagels: wit

Gebreken:
Rode oogrand, sporen van kleur aan de onderbek, lichte sporen van gekleurde veren aan de ogen, onregelmatige rugtekening (zadel).

Diskwalificaties:
Ogen anders dan donker (vitsoog), voorhoofdsvlek (snip), sterk gekleurde dijen of broek, gevlekte bek, open tekening op de borst, gekleurde rug en stuit.

Kleurslagen:

Zwart
Dun
Rood
Geel
Blauw
Zilver
Roodzilver
Geelzilver
Geschelpt

horizontal rule

 

 

slab VARIËTEITEN MET SLAB, BAVET, (WITLAP)

Ontlenen hun naam aan de sikkelvormige tekening of halve maan welke de ballon versiert. Deze sikkelvorm heeft in het midden van de ballon een breedte van 5 tot 8 cm welke liefst puntig op ongeveer 2 cm van de ogen eindigt. Het middelpunt van de slab ligt op ongeveer 5 cm onder de bek.

Raskenmerken:

Gevederte: de slab, de stuit en het onderlijf zijn smetteloos wit. De merklijn op de borst goed recht ter hoogte van de boog der beide vleugels. Van 7 tot 13 witte slagpennen. De staart is volledig gekleurd.
Snavel: roosachtig wit bij geel, wit tot licht hoornkleurig bij rood, isabel, zandvaal en dun. Hoornkleurig bij blauwzilver, zwart bij blauw en zwart.
Ogen: geel-oranje tot oranje-rood.
Nagels: wit.

Gebreken:
Slab welke de onderbek raakt.

Diskwalificaties:
Gebroken oog, donker oog, open tekening op de borst, volledig gekleurde rug, geen slab, snip, vleugelroos, schakelpen, minder dan 7 of meer dan 13 witte slagpennen.

Kleurslagen:

1. Met effen vleugelschild:

Zwart
Rood
Geel
Dun
lila

2. De gebanden in:

Blauw
Blauwzilver
Roodzilver (zandvaal)
Geelzilver (isabel)

3. De geschelpten in:

Blauw
Blauwzilver
Roodzilver (zandvaal)
Geelzilver (isabel)

horizontal rule

 

 

roek DE EENKLEURIGEN (ROEKEN)

1. Met effen vleugelschild:
Het gevederte volledig eenkleurig in:

Zwart
Wit
Rood
Geel
Dun
Lila

Snavel: wit bij de witten. De andere kleurslagen zoals bij de slabtekeningen.
Ogen: donker (vitsoog) bij de witten. Van geel-oranje tot oranje-rood bij de andere kleurslagen.

2. De gebanden:

Blauw
Blauwzilver
Roodzilver
Geelzilver

Snavel: zoals bij de slabtekeningen.(Bont voor Nederland)
Ogen: geel-oranje tot oranje-rood.

3. Alle regelmatig geschelpten:

Blauw
Blauwzilver
Roodzilver
Geelzilver

Snavel: zoals bij de slabtekeningen in:
Ogen: geel-oranje tot oranje-rood.

horizontal rule

 

 

verhemelstaart DE VERHEMELSTAART

Alleen bij de Domincaan voorkomt de witte onderstaart of visstaart voor. Dit is een moeilijk punt.
Verhemelstaart Natuurlijk moet de Dominicaan een "visstaart" hebben. Bij de selectie moeten we in ons achterhoofd houden dat een te zware selectie op deze visstaart binnen de kortste keren witte staartpennen geeft.
Een duif moet minimaal een halve visstaart hebben, minder dan een halve is te gek.
Dieren met een halve visstaart zijn daarenboven zeer waardevol voor de fok.
Natuurlijk moeten wij blijven streven naar een zo ideaal mogelijke tekening en kleur, maar alleen een tekening maakt nog geen Gent, een type wel.

Gevederte: wit, Het bovendeel van de kop licht gespikkeld. De staart gewolkt in dezelfde kleur als de kopspikkeling en verdonkerd naar het uiteinde toe.
Ogen: donker (vitsoog).
Snavel: helemaal wit.
Nagels: wit.

Gebreken:
Gebroken oog, licht aangeslagen onder- of bovenbek, snor.

Diskwalificaties: Gekleurde ogen, snavel helemaal donker, gekleurde veren buiten de gevraagde tekening, snip in plaats van gespikkelde schedel, helemaal gekleurde kop.

Kleurslagen:

Zwart
Blauw
Recessief rood
Recessief geel

horizontal rule

 

 

getijgerd DE GETIJGERDEN

Men onderscheidt:

1. Licht getijgerden:
Grondkleur wit; gekleurde veren goed verdeeld over gans het lichaam, uitgezonderd de voetbevedering, de slagpennen en de staart die wit moeten zijn.

2. Getijgerden:
De witte en gekleurde veren zo gelijkmatig mogelijk verdeeld over gans het lichaam, de voetbevedering, de vleugels en de staart inbegrepen.

3. Donker getijgerden:
Grondkleur gekleurd; de witte en gekleurde veren zo gelijkmatig mogelijk verdeeld. De slagpennen, voetbevedering en staart zijn gekleurd.

Snavels en nagels: naargelang de kleurslag.
Ogen: Geel-oranje tot oranje-rood.
Oogrand: Wit tot donker naargelang licht of donker getijgerd.
Gebreken: Gekleurde pen in de staart en de vleugels bij de licht getijgerden. Witte pen in de staart en de vleugels bij de donker getijgerden.
Diskwalificaties: Oogkleur anders dan gevraagd, rode oogranden.

horizontal rule

Algemene gebreken (alle variëteiten):

Grove of platte kop, grove oogranden, rode oogranden, insnoering tussen ballon en borst, blazen in de nek, te peervormige ballon, te korte of te hoge beenstand, te weinig voetbevedering, vleugels lichtjes mekaar kruisend.

Algemene diskwalificaties (alle variëteiten):

Gebogen rug, te smal of te klein, geen blaaswerk, ogen anders dan gevraagd, gespleten of onvolledige staart, veel te hoog gesteld, vleugels onder de staart gedragen, ontbrekende grote slagpennen, ontbrekende gierhakken of geen geheel vormend met de voetbevedering, meer of minder dan 12 staartpennen, veel te lang in achterpartij.

Europese standaard: No 309.

Ringmaat: D (13 mm).