Type en stand
Het is een middelgrote Meeuw met een volle, iets vooruit gedragen borst.
De hals is middellang, naar de schouders toe verbredend. De stand is
horizontaal. De vleugels rusten op de staart zonder te kruisen en dekken
de rug goed af. Deze is tamelijk kort en iets afhellend naar de staart.
De staart is goed gesloten. De benen zijn middellang, glad, karmijnrood
met blanke nagels.
Kop en kap
De kop is langwerpig en niet grof. De voorhoofdslijn moet vloeiend,
zonder indeuking of sterke welving naar de schedel verlopen. Deze is
gerond. Het hoogste punt van de puntkap is op gelijke hoogte met het
hoogste punt van de schedel. De puntkap wordt gesteund door enigszins
stevige veertjes die een nekkam vormen en de hals goed vullen.
Jabot
De Jabot is goed vol, rechtlopend en spreidt zich naar beide kanten uit.
De keel is goed uitgesneden.
Snavel, ogen en oogranden
De snavel is hoogstens middellang en recht met een krachtige inplanting.
Hij is niet naar beneden gericht en blank van kleur. De ogen zijn
donkerbruin. De oogranden zijn regelmatig cirkelvormig, fijn van weefsel
en bleek.