Angora dwerg

Home
Duiven
Hoenders
Konijnen
Krielen
Park- en watervogels
Neerhofnieuws
Recepten
Nuttige links
Contact

 

       

 

De angora dwerg is van Belgische oorsprong, de schepper van dit ras is de heer Born Josept uit Jathay. Hier zijn verschillende jaren werk aan vooraf gegaan.
Deze dwerg angora’s zijn gefokt uit kleine angora’s en in gekruist met zilvervos, en nadien met pool.
Er waren ook in het buitenland fokkers bezig met dit ras, zo zijn deze op het zelfde ogenblik ontstaan maar toch zijn deze van Belgische oorsprong en erkend als een van onze Belgische rassen.
Dit ras is erkend in 1989 door de nationale standaard commissie.

Genetische waarde:

De langhaar factor is een erfelijk kenmerk dat recessief autosomaal en mono- genetisch is.

Recessief of terugwijkend, hoedt in dat het kenmerk ‘normaalhaar’ dominant of met andere woorden overheersend is ten opzichte van langhaar.
Alle konijnen zijn bij gevolg fok zuiver voor dit kenmerk, terwijl normaalharige konijnen ofwel homozygoot (fokzuiver) als hetrozygoot kunnen zijn.
Een kruising van een angora konijn met een fokzuiver normaalhaar konijn geeft uitsluitend afstammelingen met normaalhaar, die alleen fokonzuiver zijn of hetrozygoot  voor deze factor.
Bij onderlinge paring van deze F1 kunnen we dan 25 % fokzuivere normaalhaar naast 50 % fok onzuivere normaalhaar en 25 % langharige nakomelingen verwachten.

Autosomaal betekend dat de overerving van het kenmerk niet geslachtsgebonden is.
Het maakt absoluut geen enkel verschil uit bij kruising van normaalhaar met langhaar welke van de oudere dieren de ram of voedster is.

Monogenetisch betekent dat het kenmerk door slechts een aantal enkele genen paar wordt bepaald.

Gebruikte symbolen internationaal “L” voor normaalhaar en “T” voor langhaar.
Een kruising tussen een fokzuiver normaalhaar dier met angora geeft steeds fokonzuiver normaalharige nakomelingen.
Bij onderlinge paringen bekomen we dan langharige en normaalharige dieren, waarvan slecht enkele fokzuiver zijn voor de factor angora.

De vruchtbaarheid bij angora geeft wel eens wat problemen, algemeen mag men aangenomen worden dat de vruchtbaarheid lichtjes lager licht ten opzichte van vleesrassen. Reden tijdelijke onvruchtbaarheid bij de voedster.

 

 

  1. De angora is niet geselecteerd op factor vruchtbaarheid
  2. De leeftijd van de meeste angora voedsters ligt dikwijls te hoog.
  3. Het kweekritme is te traag, onregelmatig doordat het juiste moment voor de dekking afhankelijk is van de scheer of plukbeurten.
  4. Dieren kunnen ondertussen te vet geworden zijn.
  5. Inteeld kan mogelijk gevolg zijn van onvruchtbaarheid.

Scheren:

Bij de eerste scheerbeurt mag men de jongen niet volledig kaal scheren, enkel de lange haren weg halen.
De tweede scheerbeurt of wolafname voorziet men drie maand later op de leeftijd van 5 maanden hier langer wachten is af te raden, de jongen bezitten nog nest haar en door langer te wachten gaat dit vervilten.
De derde scheerbeurt vindt dan veertien weken later plaats, de vierde wolafname tussen de 90 en 100 dagen na de derde scheerbeurt.Daarna altijd tussen de 90 en 100 dagen.
Later dan 100 dagen geeft volgende risico’s vervilten van de vacht, afwijking van gedrag coprofagie (spijsverteringstelsel valt stil) weerstand verzwakking door overtollige warmteproductie kan ook dodelijk zijn.
Deze gezondheid storenissen zijn typisch ziekte verschijnselen bij angora’s komen bij andere konijnen rassen niet voor.
Door het likken worden de loszittende haren ingeslikt, die vervolgens in de maag en darmen gaan samenklitten en haarballen gaan vormen zodat een verdere doorgang van het spijsverteringstelsel wordt afgesloten.
Dieren die enkel gevoederd worden met korrel of krachtvoeder zijn hieraan sterker onderhevig.
Om dit te voorkomen is het best de dieren één dag in de week niet te voederen alleen water laten drinken, een angora drinkt ook meer dan een ander konijn.

De pels:

De pels wordt altijd bepaald door de haarstructuur, de dichtheid, de lengte en de rijpheid hoe meer onderwol hoe waarde voller het dier over het ganse lichaam.
Toch moet er een zekere begranning aanwezig zijn omdat anders de pels zijn mooie bolvorm verliest.
De grannen staan  enigszins naast de wolharen ingeplant wat afwijkt van een normaal structuur omdat daar de wolharen rond een enorme haargroei op het dek, de flanken, de benen, de buik, de kop met zijn voorhoofd beharing op de bakkebaarden, zelfs op de tenen. De franje op de oortoppen noemen we de pluimen.  

Haarstructuur:

Men onderscheidt twee soorten haar en dit met veel aandacht.

De structuur van het haar bij de angora is opgebouwd uit:

 

De onderwol:

Hoe meer onderwol hoe waarde voller de pels.De onderwol is gegolfd, fijn en zijdeachtig.

De bijharen:

Zijn iets grover van structuur, lichtjes gegolfd en eindigen in een fijne rechte punt.De bijharen kan men beschouwen als een tussenvorm van wol en grannen.

De grannen:

De grannen zijn steeds recht dun aan basis en lichtjes verbredend naar boven toe om in een punt te eindigen.De haren zijn recht ingeplant en dit in tegenstelling met een normale beharing waar ze onder een hoek van 45 graden zijn ingeplant. De grannen steken niet ver boven de bijharen uit.

Dichtheid lengte en versiering:

De beharing moet zo dicht mogelijk zijn. Toch moet er een begranning aanwezig zijn om de pels te ondersteunen de begranning is fijn en heeft een lengte van 5 cm.
Dan volgt  de totale beoordeling mooie pluimen, de bakkebaarden lang en moeten minstens  3 tot 5 cm voor de snuit uitkomen, de voorhoofd beharing noemt men pony moet zo lang zijn dat de ogen bedekt zijn.

Deze dieren moeten zoals ik al zie in hier boven dat de dieren moeten geschoren worden rond de 13e week en op ongeveer 1 cm lang.
De juiste voeding is hier de barometer.

De bouw van het dier moet tamelijk gedrongen zijn om een mooi sneeuwbal effect te bekomen  8 cm van oorlengte. Het ideaal gewicht is 1400 gram.

De meeste fouten komen voor dat de beharing niet vol genoeg, is dit wel het geval dan treft men klitten aan op de onderkant van de flanken en juist voor de voorbenen.
Het is zeer belangrijk dat de dieren op het juiste moment naar de tentoonstelling komen.  De liefhebber heeft niet veel tijd om het op het gepaste moment te exposeren.

Het is zeker niet gemakkelijk om deze dieren proper te houden, regelmatig borstelen om de klitten buiten te  houden en zeker op een droog pad zetten.

30 maart 2008

Wilfried de Witte
A. keurmeester